BE-Alert: meteen verwittigd bij een noodsituatie

Opleiding hulpverlener-ambulancier

De basisopleiding voor een ambulancier is een praktische opleiding met als doelstellingen:

  • de nodige kennis bijbrengen voor het verstrekken van de eerste hulp in het kader van de dringende hulpverlening (bv. reanimatietechnieken);
  • de nodige kennis bijbrengen voor het gebruik van alle apparatuur en middelen aanwezig in een ambulance en het onderhoud ervan;
  • het aanleren van enkele  administratieve taken (bv. invullen ritformulieren);
  • technische opdrachten die, in het kader van de dringende geneeskundige hulpverlening, worden toevertrouwd.

Het programma omvat theoretisch (80 uur) en praktisch onderricht (40 uur) dat de kandidaat in staat moet stellen om voldoende kennis en praktische vaardigheden op te doen in voorbereiding van de eindexamens en de stageperiode. Voor verpleegkundigen is er een vrijstelling van 40 uren. De inhoud van de cursus omvat volgende rubrieken:

  • het menselijk lichaam;
  • de eerste minuten;
  • levensbedreigende aandoeningen;
  • de gewonde patiënt;
  • de zieke patiënt;
  • zwangerschap en spoedbevalling;
  • hulpverlening aan kinderen;
  • urgenties door omgevingsfactoren;
  • psychiatrische urgenties;
  • verplaatsen van de patiënt;
  • rampengeneeskunde;
  • organisatie;
  • technieken.

De basisopleiding wordt gevolgd door een praktijkstage van 40 uur in een ambulance-centrum en bij een erkende MUG-dienst.

Jaarlijks volgen de gedreven groep ambulanciers 24 uur bijscholing, gegeven door artsen-specialisten, verpleegkundigen of collega ambulanciers die meestal werkzaam zijn bij een MUG-dienst. Dit moet toelaten dat iedereen steeds de belangrijkste knepen en zaken onder de knie blijft houden.