Stappenclash 1 Senior Games

Richtlijnen voedselveiligheid

Het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV), heeft als opdracht te waken over de veiligheid in de voedselketen en de kwaliteit van ons voedsel, ter bescherming van de gezondheid van mens, dier en plant en besteedt daarom tijdens de risicovolle zomermaanden extra aandacht aan de voedselveiligheid bij gelegenheidsverkopers op festivals en evenementen. Omdat het voor gelegenheidsverkopers vaak moeilijk is (vb. gebrek aan kennis van de wetgeving), om te weten aan welke basisvereisten moet voldaan zijn, is hieronder een oplijsting als leidraad om mogelijke risico's voor de voedselveiligheid in te perken.

  • De wettelijke bewaartemperatuur van de voedingsmiddelen moet gerespecteerd worden:
    • Vers vlees van slachtdieren : max. 7 °C
    • Gehakt( inclusief preparé): max. 4 °C
    • Vers vlees van gevogelte: max. 4 °C
    • Verse vis (ook maatjes): temperatuur van smeltend ijs (max. 4°C)
    • Gerookte vis: max. 4 °C
    • Te koelen voedingsmiddelen (belegde broodjes, koude schotels, koffiekoeken met banketbakkersroom enz.): max 7 °C
    • Andere: bij temperatuur aangegeven op de verpakking
    • Warme gerechten: min. 65 °C
    • Frituurolie of –vet: max. 180 °C (thermostaat vereist)
    • Diepgevroren voedingsmiddelen: -18 °C of lager.
  • De bewaartoestellen moeten voorzien zijn van een thermometer en de temperatuur dient geregeld gecontroleerd te worden.
  • Ontdooien van voedingsmiddelen moet onder aangepaste omstandigheden (gekoelde ruimte) gebeuren.
  • Er wordt aangepaste en propere kledij gedragen bij de bereiding van voedingsmiddelen. Er mogen geen juwelen aan de handen en onderarmen gedragen worden en nagels dienen kort, schoon en ongelakt te zijn.
  • De handen moeten regelmatig gewassen worden: een uitrusting voor het hygiënisch wassen (stromend drinkbaar water en zeep) en drogen van de handen moet aanwezig zijn en gebruikt worden.
  • Wonden aan handen, armen of hoofd moeten verzorgd worden en met een sluitend verband afgedekt, opdat contaminatie van de voedingsmiddelen vermeden wordt.
  • Er mag niet gerookt worden bij het bereiden of verkopen van voedingsmiddelen.
  • De aanwezigheid van huisdieren is verboden (tenzij waar uitsluitend voedingsmiddelen verbruikt worden).
  • De nodige hygiënemaatregelen moeten genomen worden zodat contaminatie en bederf van de voedingsmiddelen en de aanwezigheid van ongedierte vermeden wordt.
  • Elk contact tussen rauwe en bereide voedingsmiddelen moet worden vermeden.
  • Alle uitrusting en apparatuur die met voedingsmiddelen in aanraking komt, moet schoon gehouden worden en mogen geen bron van contaminatie van het voedingsmiddel uitmaken.
  • Oppervlakken, die met voedingsmiddelen in aanraking komen, moeten schoon zijn, goed worden onderhouden en gemakkelijk kunnen worden schoongemaakt en, waar nodig, gedesinfecteerd. Zij moeten vervaardigd zijn uit, of bedekt zijn met, glad, niet-absorberend, afwasbaar en niet-toxisch materiaal.
  • Bij fabricage van voedingsmiddelen dient ook de vloer te kunnen worden schoongemaakt en onderhouden. In andere gevallen is een vloer ook steeds aan te raden.
  • Voedingsmiddelen of recipiënten met voedingsmiddelen mogen niet rechtstreeks op de grond geplaatst worden.
  • Niet verpakte voedingsmiddelen moeten afgeschermd zijn van het publiek.
  • Voorverpakte voedingsmiddelen moeten correct geëtiketteerd zijn (verkoopsbenaming, ingrediëntenlijst, minimale/uiterste houdbaarheidsdatum, plaats van herkomst enz….).
  • Voedingsafval van aan verbruikers geserveerde voedingsmiddelen mag niet opnieuw gebruikt worden voor menselijke consumptie.
  • Een afsluitbare afvalbak moet aanwezig zijn en mag de voedingsmiddelen niet verontreinigen. Afval moet regelmatig verwijderd worden.
  • De toelating (of de vroegere vergunning die nog niet verlopen is of een kopie daarvan), die vereist is voor de professionele verkopers, moet getoond kunnen worden aan de inspecteur/controleur van het FAVV.